
Gister keken we de documentaire ‘Fantastic Fungi’. Niet alleen werd ik heel nieuwsgierig om een keer een trip te doen met magische paddenstoelen, het zette ook weer wat luikjes open in mijn hoofd. Ik merk meteen dat wat sommige wetenschappers zeiden, de juiste snaren raakt bij mij. Dat er een transformatie gaande is. Het feit dat de meeste mensen die in een alternatieve staat terecht komen met de paddenstoelen, gevoelens van eenheid, verbondenheid en een alomvattende liefde ervaren. Ik weet dat het er is. Het boort een gevoel aan heel diep van binnen, alsof mijn innerlijk weten ineens weer wakker geschud wordt. Wat het ook aanwakkerde is de vraag: “Wat is nou realiteit?” Is onze dagelijkse wereldse ervaring de realiteit, of die gevoelens vanuit die alternatieve staat van zijn? Is er überhaupt een realiteit?
Naderhand zei mijn vriend dat ik mijn gedachten hierover eens op moest schrijven, omdat dit harstikke belangrijke research is. Meteen voelde ik de weerstand opborrelen en kwamen er allerlei halfslachtige excuses uit waarom dat geen optie was.
Waarom durf ik me hier nog steeds niet op te storten? Super frustrerend. Ik weet dat ik op het juiste pad zit, dat ik dit ga doen. Wat houdt me dan nog tegen? Waarom zit er nog een soort rem op? Het frustreert me mateloos dat als ik terug kijk naar de afgelopen maanden dat ik me er nog niet 100% volle bak in heb durven storten. Alsof ik eerst mijn tenen in het water gedipt heb en daarna heel heel langzaam erin aan het waden ben. Terwijl ik zo graag wil gaan. Kopje onder, gewoon erin duiken. Maar ik durf niet. Iets houdt me tegen.
Het is ook eng eigenlijk. Niet het meer praktisch gerichte onderzoek, over voedselbossen en dergelijke. Dat kan ik wel. Maar als ik daaraan begin, kom ik onvermijdelijk ook bij de diepere laag uit. Want dat fundament, dat zit er altijd achter. Mijn wereldblik is al veranderd, het oude is er niet meer, maar het nieuwe is ook nog heel onduidelijk. Ik weet niet waar ik uitkom als ik daar aan begin. Hoe weet je wanneer je gek wordt of geniaal? Sommige van de inzichten of ideeën voelen zo ver van mijn bed, hoe weet ik of ik niet langzaam afglijd naar insanity. Hoe weet ik of ik geen ‘wappie’ word? Of ik de mensen om me heen niet langzaam kwijtraak omdat er te veel afstand komt in onze percepties? Ik weet gewoon niet waar ik precies in stap en waar ik uit ga komen. Dat maakt het zo eng. Terwijl het stomme is dat ik van binnen allang weet dat het alleen maar een kwestie van tijd is. Want ik ga dit toch doen, het voelt onvermijdelijk. Als ik hierover praat, lijkt het ook wel alsof mijn binnenste zo’n scheve, spottende lach krijgt, als de kat van Alice in Wonderland. Alsof mijn binnenste wil zeggen “je kunt er wel proberen om heen te draaien, je kunt het proberen tegen te houden, maar we weten allebei dat je er niet aan ontkomt, dit ga je doen”. En ik wil ook graag, ik begin er langzaam maar zeker klaar voor te zijn. Alleen iets houdt me kennelijk nog tegen. Hoe krijg ik die rem eraf? Ik weet het niet. Moet ik nog een gekke spirituele sessie proberen, magic mushrooms? Kun je dit forceren?
Heel af en toe zijn er afgelopen maanden momenten geweest dat ik het hele sterke gevoel aan kan boren dat ik alles allang weet. Dat ik niet meer hoef te zoeken naar antwoorden. Ik kan me nog een moment herinneren, inmiddels bijna driekwart jaar geleden. Ik was bij een workshop en de vrouw naast me vertelde over de praktijk die ze aan het opzetten was. Ze wilde mensen laten ervaren dat alles en iedereen één is, met behulp van een bepaald symbool wat leek op een soort cel. Rationeel gezien kon ik haar niet echt volgen. Ik begreep niet helemaal waar ze het over had, want ik had nog nooit van dat symbool gehoord. Halverwege haar verhaal keek ze me recht in mijn ogen aan en stopte ze abrupt. Ze zei “ik zie dat ik het jou niet meer hoef te vertellen, jij weet het al”. In dat moment, terwijl we elkaar diep in de ogen keken, bevestigde ik dat ik het inderdaad al weet. Terwijl, what the hell. Ik heb geen idee. Diep van binnen kennelijk wel, want ik voelde echt dat ik precies begreep waar ze het over had. Maar ik kan het totaal niet navertellen, want mijn brein kan het helemaal niet bevatten. Dat was zo’n bijzonder moment. Gister dacht ik daar ineens weer aan terug, omdat het zelfde gevoel aangeboord werd door de documentaire. Dat innerlijke weten. Die grijnzende kat. Het onvermijdelijke. Het besef heeft zich al diep in mijn genesteld. Ik durf er alleen niet naartoe te gaan, terwijl het tegelijkertijd ook heel bevrijdend voelt. Alsof dat het enige is wat er echt toe doet. Ik voel mezelf dan ook in een andere staat van zijn terecht komen. Zonder dat ik daar iets van paddenstoelen, muziek of een ademsessie voor nodig heb. Dat zit in mij. In meer mensen. Soms zie of voel ik het als ik naar iemand kijk. Zelfs op televisie als je naar beelden van bepaalde stammen kijkt bijvoorbeeld. Zo’n wijze oude indiaan of een oude dame van de aboriginals. Af en toe gewoon een ogenschijnlijk alledaagse Nederlander. Ze kijken op een andere manier. Kijken recht naar binnen je ziel in, waardoor je met hen op direct op zielsniveau lijkt te kunnen communiceren. Mijn brein is dan helemaal niet betrokken. Dat is het niveau waar ik op zal moeten gaan werken, dat ik vrij spel wil gaan geven.
Misschien is dat zowel eng als kwetsbaar. Eng omdat je iets loslaat en mijn ego en brein geen idee hebben wat ze ervoor terug krijgen. Waarschijnlijk niet veel want ze worden feitelijk buitenspel gezet. Dus dat roept een hoop weerstand op. Alleen er zit ook iets diepers en dat is denk ik het kwetsbare. Want om op zielsniveau te kunnen opereren en communiceren, moet ik me dus ook op dat niveau openstellen. Me op dat niveau tonen. Indrukken, ervaringen en kennis op dat niveau binnen laten komen. Dat is eng. Heel vaak lees ik een boek, kijk ik een documentaire of hoor ik iets voorbij komen, wat ik op rationeel niveau wel kan verwerken. Alleen ik durf het vaak niet helemaal binnen te laten komen, op een veel dieper niveau tot me door te laten dringen. Dan worden de connecties echt gemaakt, dan dringt echt door wat het werkelijk betekent als je dat allemaal aanneemt, linkt en doordenkt. Dat betekent dat mijn hele wereld anders wordt, dat ik anders word.
Ik blijf hier maar tegenaan hikken. Uiteindelijk als ik door al deze denkcirkels heen gelopen ben, alle zorgen heb gedeeld en heleboel oplossingen heb afgeslagen, dan ben ik weer gerustgesteld. Ik sla die oplossingen niet voor niets af. Mijn brein is paniek aan het veroorzaken, terwijl mijn ziel al weet dat het goed is. Dat het wel komt. Dat ik mag vertrouwen op de timing. Ik weet ook wel dat dit tijd nodig heeft. Dat ik niet ineens in het water kan duiken want dan word ik wel echt knettergek, dat kan ik totaal niet bevatten. Bovendien zou ik dan iedereen kwijt raken, want als ik het al niet kan bevatten, hoe kan ik het dan ooit aan anderen uitleggen. Dus misschien is dit tempo wel gewoon nodig. Heb ik die tijd nodig om langzaam aan het water te wennen. Komt het moment wel dat die rem er vanaf gaat. Dat ik het wel binnen durf te laten. Misschien wel niet in één keer. Wellicht mag ik er gewoon steeds vaker aan ruiken tot het ineens zo is.



In sommige inheemse culturen, tradities en religies wordt tijd gezien als iets cyclisch, niet als iets lineairs. Kort door de bocht gezegd: in het boeddhisme en hindoeïsme is dit vooral de cyclus van het leven door gaan tot dat je iets verbreekt en dan de verlichting intreed (Nirvana in het boeddhisme en Moksha in het hindoeisme). De cyclus van het leven, geboorte, lijden/dood, wedergeboorte… die ga je telkens door totdat je de illusie ervan inziet, totdat je ziel bevrijd wordt en zich zijn ware natuur tot in het diepste van zijn Zijn door heeft laten dringen. De illusie van tijd kom je te boven dan, in de Kern van ons Zijn bestaat zoiets helemaal niet. Er is niks meer dan het Zijn. Verder heb je ook de inheemse culturen die meer met de natuur verbonden zijn en het leven/tijd ook enkel cyclisch zien en ervaren. Als de tijd een cirkel is, ga je toch telkens op hetzelfde punt terug uitkomen. Waarom zou je dan wéér dat rondje afleggen? En dan? Wat is er deze keer anders?
Dag Lotte,
Ik sluit me aan bij Hilde. Rabindranath Tagore schreef:
Een vlinder telt geen maanden, doch momenten en heeft tijd genoeg!
Je hebt trouwens geen magic mushrooms nodig maar andere ogen om in te kijken (zoals je zelf al beschreef).
tot maandag.