
Als ik nu door zou gaan op het logische pad van mijn leven, hoe zou het er dan uit zien over 30 jaar? Het heeft altijd al geknaagd, het idee van “en dan?”. Ik haal mijn diploma, en dan? Ik krijg een goede baan, wissel wellicht nog een (paar) keer en vind werk dat prima bij me past. Ik doe mijn werk goed, maak promotie, en dan? Wellicht trouw ik met mijn vriend, krijgen we twee schatten van kinderen. Voor je het weet is het leven alweer half voorbij. Ben ik 40 en word ik volledig in beslag genomen door mijn werk (waarvan ik waarschijnlijk diep van binnen wel weet dat het in het grote plaatje allemaal niet zo boeiend is, maar me op dagelijkse basis toch veel kopzorgen oplevert); door mijn kinderen die naar tennis en voetbal gereden moeten worden; en het huishouden dat overeind gehouden moet worden. In de avonden zitten mijn man en ik dan samen voor de tv, te moe van de dag om nog echt iets anders te doen. Voor je het weet, groeien we langzaam uit elkaar omdat we ‘ons’ te lang geen aandacht hebben gegeven. We te lang in beslag genomen werden door de waan van de dag. Dan ineens ben ik 60, komt mijn pensioen langzaam dichterbij. Merk ik dat ik het steeds minder goed kan bijbenen op het werk. Dat ze het ook wel zonder mij kunnen. Hoeveel heb ik er nou eigenlijk echt toe gedaan voor de organisatie? Zijn mijn kinderen al volwassen en hebben ze eigen gezinnen en banen die hun aandacht opeisen. Leiden ze hun eigen leven zelfstandig. Wie ben ik dan nog als ik geen moeder, werknemer of echtgenote meer ben? Wat blijft er over als de waan van de dag afneemt?
Heb ik dan mijn hele leven in een soort waas geleefd? Me laten leiden door mijn gedachtes en emoties, reagerend op wat er zich voordoet. Als een balletje in een flipperkast die bestuurd wordt door het leven. Zonder echte wil, overgeleverd aan wat het leven me voorschotelt. Is dat hoe het leven hoort te zijn, hoe het hoort te gaan?
In het beste scenario krijg ik een mooi afscheid op het werk, waarbij collega’s benadrukken dat ze me echt gaan missen en dat ik zoveel waarde toegevoegd heb. Heb ik leuke kinderen en kleinkinderen die af en toe op bezoek komen. Genieten mijn man en ik samen van onze oude dag en de vrijheid die dat meebrengt. Gaan we lekker vaak op vakantie en zijn we blij met onze hobby’s. In goede gezondheid, samen ons leven uitleven. Tot het zover is en ons boek dicht geslagen wordt. Dat was het dan.
Is dat werkelijk alles? Is dat het beste scenario?
Misschien kan ik daarmee leven, zolang ik me focus op de dankbaarheid die ik voel voor de mensen om me heen. De liefde die ik voel, heb mogen voelen in mijn leven en heb mogen delen. Dat klinkt wel goed.
Toch voelt het alsof er gewoon een riedeltje afgespeeld wordt. Als we allemaal precies hetzelfde leven leiden, heeft het dan nog zin om het te leiden? Zijn we dan niet gewoon een grote poppenkast aan het opvoeren met z’n allen? Marionetten bespeeld door de onzichtbare hand des levens. In beslag genomen door al wat er niet toe doet. Druk, druk, druk. Altijd maar druk met reageren op wat het leven ons voorschotelt. Met tussendoor kleine genietmomentjes: als je het handje van je kindje of kleinkindje in de jouwe voelt; de zon op je gezicht; het gelach van vrienden; of een liefdevolle blik van je partner. Die gestolen momentjes tussen de waan van de dag door. Waarop alle ruis even verstomt en er niets anders is dan rust en liefde. Het kan niet zo zijn dat dat alles is. Natuurlijk moet je genieten van het kleine. Maar het is zo zonde als 95% van je leven voorbij gaat in een waas. Bestaat uit ruis en je alleen echt leeft in die verstilde momentjes tussendoor. Misschien is het ondankbaar, maar ik weiger te geloven, te accepteren, dat dat het leven is.
Er moet een ander pad zijn. Eentje waarbij er niet diep vanbinnen altijd een stemmetje vraagt “Is dit alles?”. Eentje waarbij het niet aan me knaagt dat mijn leven grotendeels besteed wordt aan ruis. Een pad waarbij het stil is van binnen en er niets aan me knaagt, omdat er harmonie is. Omdat dat het enige juiste pad is. Niet het logische, voor de hand liggende pad, maar het pad dat in overeenstemming is met mijn ziel. Hoe geef ik die stem van binnen genoeg ruimte om dat pad te vinden? Om niet pas over 30 jaar te beseffen dat mijn leven aan me voorbij is gegaan. Dat ik al die tijd op het perron heb gestaan, af en toe een glimp opvangend van het moois dat het leven te bieden heeft, maar dat ik nooit genoeg moed heb gehad om in die trein te stappen.
Ik besef me alvast dat ik op het perron sta. Dat er een trein is. Dat er een ander leven, een ander pad mogelijk is dan de weg die het meest logisch is om te volgen. Het comfortabele, reeds ingeslagen pad. Maar ik voel me nog verloren op het perron. Ik sta voor de trein, zonder te weten of het de juiste is, waar hij me heen brengt en hoe die weg eruit ziet. Ik ben verwoed op zoek naar een conducteur. Iemand die me de weg kan wijzen en me gerust kan stellen, maar die vind ik niet. Hooguit kleine tekens. Signalen die me bemoedigend toeknikken. Ik wil bij de hand genomen worden. Dit is eng en onzeker. Tegelijk ook vol mogelijkheden. Er ís een trein. Er is meer te beleven dan mijn vertrouwde perron. Alleen die wetenschap doet de vlinders in mijn buik al opfladderen. Stelt de knagende stemmen gerust. Nee dit is niet alles, er is meer. Ik moet alleen de moed vinden om het aan te gaan. Om in die trein te stappen, met alleen mezelf en mijn innerlijk kompas om te leiden. De moed om het leven niet aan me voorbij te laten gaan, maar het te gaan leven. Beleven. Niet alleen te reageren, maar te acteren. In samenwerking: het leven en ik. Zodat ik mijn juiste pad kan volgen.


“Misschien is het ondankbaar, maar ik weiger te geloven, te accepteren, dat dat het leven is.”
– klinkt omgekeerd in mijn beleving; alles behalve ondankbaar zelfs. Je wil het leven niet voor lief nemen. Het leven is een uitzonderlijk bijzonder en waardevol geschenk, jij bent hier en mag (er) Zijn! Ondankbaar zou zijn om er niet bewust mee om te gaan, niet te zien of te willen erkennen dat dit een geschenk is, dit leven. Ondankbaar zou zijn, in mijn ogen, de grootsheid van het Leven zien en er vervolgens niks mee doen.