
Fynn was al een flinke tijd aan het lopen. Wanneer hij precies was vertrokken uit Romital wist hij niet precies, maar hij had de maan al vijf keer vol zien worden, dus minimaal vijf maanden was hij al onderweg. Bovendien was het begin winter geweest toen hij de stad verlaten had en inmiddels waren de eerste narcissen al tevoorschijn gekomen. Hij had vermoedelijk niet de snelste route genomen en was onderweg twee weken gebleven bij een vriendelijke gemeenschap in de bergen. Hij was zo onder de indruk geweest van het dal omringt door gigantische besneeuwde toppen, dat hij even gebleven was om het wat meer te verkennen. Hij had geluk dat hij ze niet te voet hoefde over te steken. Piata, een oudere man die hij onderweg ontmoet had, moest dezelfde kant op en had voor hem een kaartje gekocht voor het luchtschip. Hij had niet goed geweten wat hij moest verwachten, want hij had nog nooit een luchtschip van binnen gezien. Thuis kon hij eigenlijk overal op de fiets naartoe. Vroeger had hij zijn neef een keer opgezocht in Florien met de monorail. Dat was ook leuk geweest, hij had het bijzonder gevonden om het landschap zo onder zich door te zien bewegen. Luchtschepen gingen net wat sneller, maar waren meer afhankelijk van de luchtstroom, dus het was nooit helemaal in te schatten hoe lang de reis ging duren. Ze bewogen zich ook een stuk hoger door de lucht dan de monorail. Hij wist van verhalen dat de luchtschepen op ongeveer 500 meter hoogte vlogen, zodat de vogels er geen last van hadden. Maar hoe dat in de bergen werkte, wist hij niet precies. De opstapplaats lag aan de rand van een bergweide, een houten platform tussen de lariksen, nauwelijks hoger dan de boomtoppen. Het schip was bijna geruisloos aangekomen. Van dichtbij leek het op een enorme cacaovrucht, met brede vleugels die iets weg hadden van een mantarog. Onderaan zat een stuurvin die hem deed denken aan de achtervin van een zeeschildpad. Piata had trots verteld dat zijn zoon had meegewerkt aan dat ontwerp: het samenspel van vorm, materiaal en luchtstromen, waardoor het schip nauwelijks energie nodig had om zich door de lucht te verplaatsen. De buitenkant was bekleed met geweven hennepvezel. Volgens Piata bestond de romp uit lagen superlicht ‘nanohout’, een geperste houtsoort die sterker was dan staal, maar veel lichter1. Tussen die lagen zat een isolerende vulling van mycelium, schimmelweefsel dat in mallen werd gegroeid en vanzelf de juiste vorm aannam2. Over de vleugels lag een vliesdunne laag die het zonlicht opving, net als bladeren dat doen3. Die energie werd direct gebruikt om de stille elektromotoren aan te drijven en op te slaan in batterijen van organisch materiaal4. De vorm van de vleugels en vinnen was zo ontworpen dat het luchtschip zich grotendeels op de wind kon voortbewegen.
Binnen was het verrassend licht geweest, met banken langs de wand, matten op de vloer en een paar hangmatten tussen houten spanten. Er waren maar een twintigtal andere reizigers aan boord geweest, verder waren er vooral veel grote kratten ingeladen. Sommigen van hen lagen te rusten, anderen zaten in stilte voor zich uit te kijken of lazen een boek. Hij had een tijdje uit het raam gekeken hoe de bergen dichterbij kwamen. Al die rotswanden en sneeuwvlaktes hadden veel indruk op hem gemaakt. Het leek hem een ruig landschap en hoewel hij het graag van dichtbij had gezien, was hij toch blij geweest dat hij er niet helemaal te voet doorheen had gehoeven. Na een tijdje was hij in een hangmat gaan liggen en in slaap gedommeld. Voor hij het wist was het luchtschip alweer aan de afdaling begonnen en zag hij aan de horizon de bossen en heuvels die volgens Piata bij het zuiden van de Hooggaarden hoorden.
Dat was al weer een hele tijd geleden en sindsdien heeft hij goed de pas erin gehouden. Het landschap was daarna ook wat vriendelijker. Veelal heuvellanden en bossen is hij tegengekomen. De laatste dagen gaat het echter wat langzamer. Een paar dagen geleden heeft hij zich verstapt toen hij een stuk langs een rivier afliep met veel losse keien. Hij dacht in eerste instantie dat het wel mee viel maar eigenlijk heeft hij er meer last van dan hij dacht. Bij iedere stap voelde hij een stekende pijn. Na een nachtje slapen ging het iets beter en vanochtend heeft hij er een stuk stof stevig omheen gewikkeld zodat hij zijn schoen toch aan kon krijgen. Hij heeft voor zijn gevoel nog geen 5 kilometer afgelegd sindsdien, terwijl hij al de hele ochtend vooruit strompelde. Hij had een grote stok gezocht om zijn voet te ontlasten, maar toch voelde hij een nare steek zodra hij er ook maar een beetje op leunde. Dit kon zo niet verder. Zuchtend gooide hij zijn rugzak naast zich neer en liet zich zakken om tegen een boomstam aan te gaan zitten. Hij haalde een appel tevoorschijn en al kauwend overwoog zijn opties. Voorzichtig trok hij zijn schoen uit en wikkelde het doek eraf om zijn enkel te bekijken. Zijn enkel was al dagen opgezwollen, maar hij zag nu dat het ook blauw/groen verkleurd was aan de zijkant. ‘Oh nee’, kreunde hij. Hij wist eigenlijk niet precies hoe hij zijn enkel moest verzorgen en dat hij zo niet veel verder kon lopen was ook duidelijk. Een tijdlang staarde hij gefrustreerd voor zich uit. Kom op Fynn, dacht hij, hier blijven zitten is ook geen optie. Zijn schoen kreeg hij niet meer aan en bond hij met de veters aan zijn rugzak vast. Een stukje verderop zag hij nog een grote stok liggen. Nadat hij wat kleine takjes afgebroken had, kon deze er best mee door als tweede wandelstok. Zo goed en kwaad als kon, trok hij zijn rugzak weer over zijn schouders en strompelde verder, steunend op zijn twee stokken. Na een half uur meende hij in de verte bebouwing te zien tussen de bomen door.
De materialen die ik noem voor het luchtschip, zijn echt mogelijk, hoewel de technologie hiervoor nog echt in de kinderschoenen staat.
1 Lu, Z., et al. (2025). A superstrong, decarbonizing structural material enabled by engineered wood. Science Advances. https://doi.org/10.1126/sciadv.ady0183 Onderzoekers ontwikkelden een houtsoort die door een speciaal compressieproces sterker is dan titaniumlegering, maar veel lichter. Het materiaal is biologisch afbreekbaar en kan CO₂ opslaan in plaats van uitstoten. Daardoor is het een duurzaam alternatief voor staal en beton in voertuigen en gebouwen.
2 Alemu, D., Tafesse, M., & Mondal, A. K. (2022). Mycelium-Based Composite: The Future Sustainable Biomaterial. International journal of biomaterials, 2022, 8401528. https://doi.org/10.1155/2022/8401528 Mycelium, het wortelnetwerk van schimmels, kan groeien in mallen en vormt een stevig, licht en volledig composteerbaar bouwmateriaal. Het heeft uitstekende isolerende en brandwerende eigenschappen. Daarmee is het een duurzaam alternatief voor piepschuim, plastic en zelfs hout.
3 Huang, G., Xu, J., & Markides, C. N. (2023). High-efficiency bio-inspired hybrid multi-generation photovoltaic leaf. Nature Communications, 14, 3344. https://doi.org/10.1038/s41467-023-38984-7 Deze onderzoekers ontwierpen een bio-geïnspireerde zonnecollector die zonlicht omzet in energie, net als bladeren, en dat met een veel hogere efficiëntie dan gewone zonnepanelen. Het systeem blijft koel door verdamping van water, wat ook waterzuivering mogelijk maakt. Een ‘zonneblad’ dus, dat tegelijk energie, warmte en schoon water kan leveren.
4 Wang, W., Luo, Q., Li, B., Wei, X., & Yang, Z. (2013). Recent progress in redox flow battery research and development. Advanced Functional Materials, 23(8), 970–986. https://doi.org/10.1002/adfm.201200694 Dit artikel beschrijft batterijen met vloeibare elektrolyten, waarvan sommige varianten gebaseerd zijn op organische materialen in plaats van zware metalen. Ze zijn veilig, schaalbaar en milieuvriendelijk en kunnen lang meegaan zonder veel onderhoud.

